Voor een vrijblijvende afspraak bel 020-7741109

Slim uitgevoerde RI&E geeft winst

04 mei 2012 | Preventiemedewerker
Een RI&E die werkt, vraagt om een slimme tactiek. Welke spelers mogen niet ontbreken in het RI&E-team? En wanneer moeten ze het veld op voor een optimaal verloop van de wedstrijd? Directie, leidinggevende(n), medewerkers, HR, OR en gecertificeerde kerndeskundigen staan allemaal in de basis. Goed positiespel doet de rest.
Als eerste mag de directie het veld in. Soms beseft die onvoldoende dat ze moet investeren in het voortraject: betrokken zijn en begroten. ‘Dat is eigenlijk de eerste stap. Ik merk in de praktijk vaak dat de RI&E op het bordje van de preventiemedewerker ligt en de link naar de directie of de Raad van Bestuur ontbreekt’, zegt Carolina Verspuij, trainer/adviseur/coach in het Expertiseteam Arbeid en Gezondheid van FNV Formaat.

Dan volgen de leidinggevenden. Die moeten uitleg krijgen over wat een RI&E is, en wat een plan van aanpak. Alleen dan kunnen zij hun afdeling of vestiging in het werkoverleg informeren over het nut van beide. In uitvoerend opzicht kan hun taak liggen bij voorlichting geven, informatie verstrekken en meedenken in oplossingen. Ook moeten zij de kosten meenemen in de bedrijfsbegroting, zodat hun afdeling over budget beschikt voor de uitvoering. Verspuij: ‘Een goed geïnformeerde leidinggevende maakt het verschil bij het creëren van draagvlak voor een plan van aanpak.’

Daarna de medewerkers. Het is belangrijk dat zij in het werkoverleg tijdig duidelijke informatie krijgen. Wat is een RI&E, wat zijn de uitkomsten en wat wordt het plan van aanpak? Hun actieve inbreng is ook onmisbaar. Mensen op de werkvloer hebben vaak bruikbare ideeën over hoe zaken beter aan te pakken. Verspuij signaleert de valkuil van de digitale RI&E: ‘Dan vullen leidinggevenden een vragenlijst in over de risico’s die hun medewerkers lopen, zonder er één gesproken te hebben! Daarmee slaan zij het hele traject van de medewerkers zelf over; een gemiste kans.’

Door naar HR. De preventiemedewerker gaat meestal over het fysieke deel van de arbeidsomstandigheden. Daarmee ontstaat het risico dat psychosociale arbeidsbelasting (ongewenst gedrag, agressie en werkdruk) buiten de RI&E blijft. Geef een voorzet naar HR: PSA kan ook mee in hun medewerkerstevredenheidsonderzoek. ‘Let op: op die manier wordt het MTO onderdeel van de RI&E en valt daarmee onder het instemmingsrecht van de ondernemingsraad’, waarschuwt Verspuij.

Over de or gesproken … die hoort vanaf het eerste begin bij het RI&E-project betrokken te zijn. De OR heeft instemmingsrecht op de uitvoering van de RI&E en mag dus meedenken over wie dat gaat doen: de preventiemedewerker of iemand anders intern, een arbodienst of adviesbureau extern. En over de manier waarop. Interviews met medewerkers over fysieke omstandigheden, een vragenlijst? Hoe waarborg je de privacy? ‘Zaken die spelen vóór de eigenlijke uitvoering van de RI&E start’, zegt Verspuij, ‘maar in de praktijk nog wel eens worden overgeslagen.’

Als laatste man is er de interne of externe gecertificeerde kerndeskundige. Een gecertificeerd preventiemedewerker kan de RI&E uitvoeren, samen met leidinggevenden en medewerkers. Voor de frisse blik en de andere deskundigheid laat men vaak extern toetsen. Is er geen kerndeskundige in huis, dan moet dat sowieso. Verspuij: ‘Ook daar hebben de preventiemedewerker en de OR een belangrijke rol: zorgen dat die toetsing daadwerkelijk plaatsvindt.’
http://www.arbo-online.nl